
De drie broers Jantjes woonden 9 april 1943 op de Zuiddijk 9.
Jan vertelt:
Het staartstuk dat lag bij ons op het land en de motoren met de vleugels die lagen in het Jisperveld, die zijn over het kanaal heen gevlogen. Want hij is volgens mij boven onze boerderij uit elkaar gebarsten. Het was een klap, en toen waren wij eruit en toen zien we één vuurzee, vreselijk, net zo groot als half Purmerend. Ik ben s avonds nog naar Freek van Dorst geweest want die was Blokhoofd en daar moest je het melden. En toen komen we s morgens op en al onze ramen waren kapot, er zat geen één raam meer in. Toen zien we het staartstuk bij de schuur staan. En toen vonden we een rubberboot en een hoop rotzooi op het land. Slierten met patronen, allemaal in koper. En even daarnaast lag in de sloot een bemanningslid. Die is bij ons in de sloot neergesodemieterd. Toen zien wij die borstel liggen. Ik zie hem nog liggen: Een jodentyp met ruig haar. Hij had geitenwollensokken aan en één leren laars. Ja je was bang maar we hadden ze plaatje moeten pakken. Maar dat dorsten we niet en bij dag waren die moffen er en toen kon je niets meer doen natuurlijk…..
Het was Cornelius Kleynhans die Jan in de sloot zag liggen

De drie broers Jantjes woonden 9 april 1943 op de Zuiddijk 9.
Jan vertelt:
Het staartstuk dat lag bij ons op het land en de motoren met de vleugels die lagen in het Jisperveld, die zijn over het kanaal heen gevlogen. Want hij is volgens mij boven onze boerderij uit elkaar gebarsten. Het was een klap, en toen waren wij eruit en toen zien we één vuurzee, vreselijk, net zo groot als half Purmerend. Ik ben s avonds nog naar Freek van Dorst geweest want die was Blokhoofd en daar moest je het melden. En toen komen we s morgens op en al onze ramen waren kapot, er zat geen één raam meer in. Toen zien we het staartstuk bij de schuur staan. En toen vonden we een rubberboot en een hoop rotzooi op het land. Slierten met patronen, allemaal in koper. En even daarnaast lag in de sloot een bemanningslid. Die is bij ons in de sloot neergesodemieterd. Toen zien wij die borstel liggen. Ik zie hem nog liggen: Een jodentyp met ruig haar. Hij had geitenwollensokken aan en één leren laars. Ja je was bang maar we hadden ze plaatje moeten pakken. Maar dat dorsten we niet en bij dag waren die moffen er en toen kon je niets meer doen natuurlijk…..
Het was Cornelius Kleynhans die Jan in de sloot zag liggen
We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden
Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.